NEUROLOGISCHE OBSERVATIE

Spinale durale arterioveneuze fistels; het belang van tijdige herkenning en behandeling

TNN - jaargang 119, nummer 6, december 2018

C.J.B.A. Kersten , E. Verstraete , dr. H.D. Boogaarts

SAMENVATTING

Spinale durale arterioveneuze fistels zijn relatief zeldzaam, maar hebben een karakteristieke presentatie waarbij snelle herkenning en ingrijpen belangrijk zijn om blijvende invaliditeit te voorkomen. De aandoening wordt vooral gezien bij mannen van middelbare leeftijd, die zich presenteren met progressieve loopproblemen en mictiestoornissen. De bevindingen bij neurologisch onderzoek zijn vaak initieel niet afwijkend en de fluctuerende klachten blijken soms lastig op waarde te schatten. De diagnose wordt gesteld op basis van anamnese in combinatie met een MRI/ MRA van de wervelkolom en een spinale angiografie. De behandeling bestaat uit microchirurgisch doornemen of endovasculair emboliseren van het fistel-punt.
(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2018;119(6):215–9)

Lees verder

Neuralgische amyotrofie bij neonaten: een zeldzame, vaak gemiste diagnose?

TNN - jaargang 119, nummer 6, december 2018

dr. D.H.M. Heppe , J.P.A. Samijn , dr. M. Groeneweg

SAMENVATTING

Neonatale plexus-brachialisuitval wordt meestal veroorzaakt door obstetrisch trauma. Plexus-brachialisuitval kan echter ook andere oorzaken hebben. Een zeldzamere mogelijke oorzaak is neuralgische amyotrofie (NA). NA komt voor bij zowel kinderen als volwassenen. Incidentiecijfers van NA bij kinderen zijn onbekend. In de huidige literatuur zijn ongeveer 60 casus beschreven. In dit artikel worden 3 zuigelingen besproken die zich enkele weken tot maanden postpartum presenteerden met een pijnlijke, proximale parese van de arm. Differen-tiaaldiagnostisch werd sterk gedacht aan NA. Aan de hand van deze 3 patiënten wordt meer inzicht geboden in de differentiaaldiagnose van subacute neonatale plexus-brachialisuitval en het ziektebeeld NA.
(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2018;119(6):220–4)

Lees verder

Conversiestoornis: vertel ik het mijn patiënt?

TNN - jaargang 119, nummer 5, oktober 2018

M. Vermeulen , drs. E.A.M. van der Linden

SAMENVATTING

Tegenwoordig wordt de diagnose conversiestoornis (functionele neurologische symptomen) gesteld op basis van neurologische symptomen die de diagnose steunen en door uitsluiting van andere neurologische verklaringen voor de symptomen. De diagnose is niet meer gebaseerd op psychische factoren. Het stellen van deze diagnose vereist neurologische deskundigheid. De uitkomst van behandeling is waarschijnlijk beter als we deze patiënten vertellen wat de diagnose is. Vertellen wat de diagnose is, blijkt om diverse redenen moeilijk te zijn. Dit wordt geïllustreerd met de beschrijving van de ziektegeschiedenis van een patiënte die 3 neurologen bezocht. De eerste 2 neurologen overwogen de diagnose conversiestoornis, maar vertelden haar niet wat de diagnose was. Voor haar bezoek aan de derde neuroloog had de patiënte zelf de diagnose gesteld en vroeg om bevestiging. Deze neuroloog was verbaasd de patiënte te horen spreken over conversiestoornis alsof het een diagnose was als elke andere. Ten slotte biedt dit artikel een richtlijn over hoe de diagnose te vertellen. De essentie is dit te doen als bij elke andere neurologische diagnose.
(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2018;119(5):177–81)

Lees verder

Neuroborreliose en intrathecale B-celproliferatie

TNN - jaargang 119, nummer 4, augustus 2018

L.W. Rümke , dr. S.F.T. Thijsen , dr. N. Thielen , H.J. van de Kamp , dr. J.J. Oudejans , C.M. Pleizier

SAMENVATTING

Neuroborreliose kan een antigeengedreven monoklonale B-celproliferatie in de liquor veroorzaken, die kan duiden op een centraalzenuwstelsellymfoom. Bij eerder beschreven patiënten met neuroborreliose verdween dit klonale celbeeld na antibiotische behandeling. In dit artikel wordt een 89-jarige vrouw beschreven met een polyradiculitis op basis van neuroborreliose en een verdenking op een intrathecaal B-cellymfoom. PCR op Borrelia-species in de liquor was positief. De monoklonale B-celproliferatie werd vastgesteld met klonaliteitsanalyse middels DNA-onderzoek. Hoewel follow-up van liquordiagnostiek in deze casus niet beschikbaar is, is het mogelijk dat er bij deze patiënte sprake was van een door Borrelia burgdorferi geïnduceerde intrathecale monoklonale B-celexpansie die verdwijnt na antibiotische behandeling. Bij patiënten met zowel neuroborreliose als een monoklonale B-celproliferatie in de liquor wordt aangeraden om na antibiotische behandeling liquordiagnostiek te herhalen.
(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2018;119(4):133–8)

Lees verder

Het ‘mal de debarquement’-syndroom

TNN - jaargang 119, nummer 4, augustus 2018

dr. R.B. van Leeuwen , dr. T.D. Bruintjes

SAMENVATTING

In dit artikel wordt een patiënte beschreven met het ‘mal de debarquement’-syndroom. Kenmerkende klachten zijn een deinend en schommelend gevoel in aansluiting na (meestal) een bootreis. De klachten kunnen vanzelf over gaan, maar ook persisteren. De pathofysiologie, het klinisch syndroom, een voorstel voor diagnostische criteria, de behandelopties en behandelopties die verder onderzocht moeten worden komen aan bod.
(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2018;119(4):139–41)

Lees verder

Miller Fishersyndroom: een spectrum van klinische presentaties

TNN - jaargang 119, nummer 3, juni 2018

R.S. van der Giessen , C. Verboon , prof. dr. B.C. Jacobs

SAMENVATTING

Het Miller Fisher-syndroom (MFS) wordt gedefinieerd door de klassieke trias van acute oftalmoplegie, ataxie en verminderde of afwezige spierpeesreflexen. In de klinische praktijk kan het echter lastig zijn om de diagnose te stellen, omdat niet altijd alle componenten uit deze trias aanwezig zijn. Bovendien ontwikkelen sommige patiënten bij presentatie of tijdens het beloop uitval van andere hersenzenuwen of parese van de ledematen. Mogelijk is het beter om van een MFS-spectrum te spreken. In dit artikel worden 3 patiënten beschreven met diverse klinische presentaties die allemaal onderdeel zijn van dit MFS-spectrum en bij wie de diagnose werd bevestigd door het aantonen van antistoffen tegen het ganglioside GQ1b in het bloed. Er wordt een overzicht gegeven over de laatste inzichten over het belang van deze antistoffen in de pathogenese en diagnostiek van MFS en aanverwante aandoeningen.
(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2018;119(3):103–9)

Lees verder

Milde encefalitis/encefalopathie met een reversibele spleniumlaesie (MERS)

TNN - jaargang 119, nummer 2, april 2018

L.C. van Rooij , dr. I.R. van den Wijngaard

SAMENVATTING

Een 29-jarige man werd op de afdeling Spoedeisende Hulp van het Haaglanden Medisch Centrum beoordeeld vanwege klachten van hoofdpijn en veranderd gedrag. Liquordiagnostiek toonde een mononucleaire pleiocytose en een sterk verhoogde eiwitconcentratie, suggestief voor een virale encefalitis. MRI in de acute fase toonde een opvallende spleniale laesie met diffusierestrictie. Volledig klinisch herstel trad op in enkele dagen, en bij follow-up bleek de spleniale laesie volledig verdwenen. In de literatuur is dit klinisch beeld beschreven als MERS (‘mild encephalitis/encephalopathy and a reversible splenial lesion’). MERS is het meest beschreven bij Aziatische kinderen. Ondanks het meestal gunstige beloop is bewustwording van potentieel ernstige onderliggende oorzaken van belang.
(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2018;119(2):52–5)

Lees verder