TNN - jaargang 126, nummer 2, maart 2025
drs. R.W. van Steenhoven , dr. E. Richard
In 2024 werden vier modules van de richtlijn Dementie geüpdatet. Een steeds meer diverse samenleving met veel verschillen in cultuur en levensopvattingen vraagt aanpassingen in de diagnostiek, behandeling en begeleiding. In de geüpdatete modules wordt hierop ingegaan. In een geheel nieuwe module wordt de rol van cognitieve screeningsinstrumenten bij mensen met een migratieachtergrond behandeld. Ook is er in de module ‘Bespreken levenseinde bij dementie’ aandacht voor proactieve zorgplanning bij patiënten met dementie, en wat de rol van de neuroloog hierin is. De overige twee modules bevatten praktische aanbevelingen over de plaats van liquoronderzoek bij een verdenking op de ziekte van Alzheimer en de timing van het staken van cholinesteraseremmers bij dementie.
(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2025;126(2):65–70)
Lees verderTNN - jaargang 126, nummer 1, februari 2025
prof. dr. H.J.M. Majoie , dr. N.E. Verbeek , dr. P. Klarenbeek , dr. J.S. Verhoeven , dr. M.M.J. van Rooijen
De richtlijn Epilepsie bestaat uit 78 modules. In oktober 2024 zijn de geactualiseerde modules van deze richtlijn online beschikbaar gekomen. In dit artikel wordt beschreven wat nieuw is ten opzichte van de vorige richtlijnversie en wat de consequenties zijn voor de dagelijkse praktijk.
(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2025;126(1):16–23)
Lees verderTNN - jaargang 125, nummer 8, december 2024
drs. H.R. Moes , dr. C.A.J. Vroomen , dr. B. Jacobs
Met belangstelling lazen we het artikel van Wijburg et al. over de herziening van de landelijke richtlijn Multiple Sclerose.1 De richtlijncommissie verdient lof voor hun nauwgezette werk en heldere verslaglegging in TNN. De richtlijnmodule over doelmatig voorschrijven trok onze speciale aandacht, omdat toepassing van rituximab bij MS veel geld kan besparen.
(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2024;125(8):345–7)
Lees verderTNN - jaargang 125, nummer 7, november 2024
drs. J.F. Baardman , dr. I.J.W. van Nes
De uitval ten gevolge van een dwarslaesie kan zeer uiteenlopend zijn en omvat motorische, sensibele en/of autonome functiestoornissen. Secundaire stoornissen (zoals neuropathische pijn, gestoorde blaas- en darmlediging en seksuele disfuncties) komen ook frequent voor bij patiënten met een relatief goede kracht en loopfunctie en kunnen leiden tot ernstige beperkingen in het functioneren en de kwaliteit van leven. Revalidatieartsen behandelen iedere persoon met ruggenmergletsel volgens het International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF)-model en daarmee draagt de revalidatiegeneeskunde bij aan de functionele diagnostiek van een dwarslaesie, het herkennen van deze minder zichtbare gevolgen en het bieden van gespecialiseerde revalidatiezorg. We adviseren daarom om iedere patiënt met (een verdenking op) ruggenmergletsel te verwijzen naar de revalidatiearts. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van twee patiënten bij wie vertraging plaatsvond in de diagnosestelling en het herkennen van secundaire stoornissen.
(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2024;125(7):301–6)
Lees verderTNN - jaargang 125, nummer 5, september 2024
M.T. Wijburg , dr. J.P. Mostert , dr. J. Killestein , dr. C.T.J. Michels , dr. M.L. Molag , dr. J.J.F.M. Smolders , dr. B.A. de Jong , namens de werkgroep Richtlijn Multiple Sclerose van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie
Januari jongstleden is het nieuwe addendum bij de richtlijn Multiple Sclerose (MS), op initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie, verschenen. Bestaande modules, zoals die over ziektemodulerende behandeling en zwangerschap, zijn geüpdatet naar de recentste inzichten. Daarnaast zijn nieuwe modules opgenomen, waaronder screening en veiligheidsmonitoring (inclusief vaccinaties), autologe stamceltherapie en doelmatigheid. In dit artikel worden de belangrijkste veranderingen en adviezen in de richtlijn uiteengezet, en worden enkele praktische adviezen besproken.
(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2024;125(5):216–20)
Lees verderTNN - jaargang 125, nummer 4, juni 2024
drs. A.T. Bosch , dr. R.H.C. Lazeron , dr. F.S. Leijten , dr. R.D. Thijs
Er komen steeds meer apparaten op de markt voor aanvalsdetectie bij epilepsie. Onderzoeken tonen aan dat focaal naar bilateraal tonisch-klonische of gegeneraliseerde tonisch-klonische aanvallen betrouwbaar kunnen worden gedetecteerd, vooral in de nacht. Voor 2 van de in Nederland en Vlaanderen beschikbare apparaten zijn er inmiddels validatiestudies met voldoende bewijskracht. De belangrijkste indicatie voor aanvalsdetectie is het hebben van een verhoogd risico op complicaties van een aanval, zoals verwondingen, status epilepticus of ‘sudden unexpected death in epilepsy’. Patiënten met nachtelijke tonisch-klonische aanvallen die alleen slapen zijn daarmee de belangrijkste doelgroep voor aanvalsdetectie. Hierbij is het van belang dat er iemand is die de alarmen daadwerkelijk opvolgt, om schadelijke situaties te voorkomen. Wanneer een aanvalsdetectieapparaat wordt overwogen, is het waardevol de verwachtingen van de patiënt en naasten te bespreken voor de juiste implementatie.
(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2024;125(4):158–65)
Lees verderTNN - jaargang 125, nummer 4, juni 2024
dr. R.J. Lamberts
Ongeveer 30% van de epilepsiepatiënten heeft een refractaire epilepsie; het is dan niet mogelijk om aanhoudende aanvalsvrijheid te bereiken ondanks 2 adequaat gekozen en gedoseerde anti-aanvalsmedicijnen als monotherapie of in combinatie.1 Juist deze groep loopt risico op de complicaties van (aanhoudende) aanvallen zoals verwondingen, een status epilepticus of ‘sudden unexpected death in epilepsy’ (SUDEP).
(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2024;125(4):156–7)
Lees verder